zondag 2 november 2008

De Fatiha: Het gebed van de Islam (1) Hoe naderen we tot God?

Surah Al-Fatiha:
1. In naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle
2. Alle lof zij Allah, de Heer der werelden
3. De Barmhartige, de Genadevolle
4. Meester van de Dag des Oordeels
5. U alleen vereren wij en U alleen smeken wij om hulp
6. Leid ons op het rechte pad,
7. het pad dergenen aan wie Gij gunsten hebt geschonken, niet dat van hen op wie toorn is
nedergedaald, noch dat der dwalenden.

Introductie
Alle moslims kennen de eerste surah[1] van de Koran uit het hoofd; dit hoofdstuk, de Fatiha (de Opening), is een belangrijk onderdeel van elk islamitisch gebed. Wie trouw vijfmaal per dag bidt, zegt de Fatiha dagelijks 17 keer op.[2] In alle islamitische landen wordt de Fatiha via het onderwijs, de media en in de moskee in de gelovigen gehamerd. Om te begrijpen hoe moslims denken over hun geloof, is het dus heel goed om de Fatiha onder de loupe te nemen. We zullen dat doen in een aantal korte studies, waarbij we niet alleen de Fatiha op zichzelf bekijken, maar ook in vergelijking met het gebed dat voor christenen een heel vormende rol speelt, namelijk het OnzeVader.[3]

Bidden tot Allah
De reden waarom moslims elk gebed beginnen met de Fatiha, is omdat de hadiths[4] melden dat Mohammed dit verplicht heeft gesteld. Voorafgaand aan het opzeggen van de Fatiha, moet bovendien altijd een ander vers uit de Koran worden opgezegd, namelijk: ‘Ik zoek Allah’s bescherming tegen de vervloekte satan.’[5] De Islam gelooft dat satan het de gelovigen moeilijk wil maken om eerbiedig tot Allah te bidden, dus moet Allah’s hulp gevraagd bij het bidden.

Het OnzeVader begint met de bepaling van de geadresseerde, dat is: Onze Vader. Voor moslims is die term taboe. Dat christenen God de Vader van Jezus Christus noemen is een verwerpelijke gedachte voor moslims. Bovendien zijn ze ook in het algemeen huiverig voor de term Vader in verband met Allah, omdat dit een soort mensvormigheid van Allah suggereert waar de Islam wars van is. Allah is ten diepste onkenbaar, en alle vergelijkingen die we voor Hem gebruiken zijn onjuist, leert de Islam.

De Fatiha begint met de aandacht te richt op Allah, die Barmhartig en Genadevol wordt genoemd. Met dat eerste vers beginnen bijna alle hoofdstukken van de Koran; moslimse geleerden zijn het er niet over eens of deze woorden bij de oorspronkelijke openbaring van de surahs aan Mohammed horen, of dat Mohammed ze daaraan later heeft toegevoegd. Dit eerste vers van de Fatiha wordt in het dagelijks leven van moslims veel gebruikt, zoals bij het binnengaan van een huis, of bij het begin van een voordracht of het schrijven van een brief. Het gebruik van de woorden zou naar verluidt tot enorme zegeningen van Allah leiden.

In de begintijd van de Islam waren er wel kritische bewoners van Mekka die beweerden dat Mohammed met de term In de naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle, in wezen drie goden bij elkaar bracht. Dit duidt er op dat in het heidense Mekka de goden Allah, Barmhartige, en Genadevolle werden erkend als drie afzonderlijke wezens. Mohammed zou de positieve kenmerken van andere goden dan hebben verenigd in de belangrijkste van de Mekkaanse goden die hij wilde vereren, namelijk Allah.

Is de Allah van de Islam dezelfde als de God van het Christendom? Moslims beschouwen de term Allah als een eigennaam van de Schepper, maar het is wel zeer aannemelijk dat de naam aanvankelijk de soortnaam van de Schepper was, afgeleid van het Aramese Alaha, wat gewoon God betekent. De christenen en Joden die Mohammed ontmoette en die doorgaans Aramees als spreektaal hadden, spraken dus over Alaha, God. In wezen is deze discussie nogal steriel; waar het om gaat is niet in de eerste plaats de klank die we gebruiken om de ene God mee aan te duiden. Veel belangrijker is hoe we Hem omschrijven, ons beeld van Hem. En nog belangrijker: hoe kunnen we tot Hem komen. In dit opzicht is het verschil tussen de Islam en het Christendom erg groot.

In de naam van Jezus
Christenen eindigen hun gebed vaak met de woorden in de naam van Jezus, of soortgelijke termen. Daarmee bedoelen we te zeggen dat we ons gebed niet zomaar tot God de Vader opzeggen als de zondige, falende, beperkte mensen die we zijn. Dan zouden we wel erg weinig kans hebben dat ons gebed ooit tot God doordringt. We bidden daarom namens Jezus, alsof Hij het zelf is die het gebed tot God opzendt. Dat is mogelijk omdat God ons aanziet in zijn Zoon; de heiligheid en volmaaktheid van Christus zijn ons toegerekend door zijn barmhartigheid.

De opening van de Fatiha lijkt op hoe wij ons gebed eindigen. Een moslim verwoordt de betekenis van de openingswoorden zo: ‘Het is alsof de dienaar zegt: “ik zoek de hulp van Allah met elk van zijn namen, [zoals] de Barmhartige, de Genadevolle, voor de volgende actie die ik ga ondernemen.’[6] De woorden in de naam van Allah behelzen dus de wens dat Allah bij het bidden van de Fatiha helpt met alle hulp die Hij kan bieden. Dat blijft natuurlijk bij wensen en hopen, want Allah is wel erg ver en de mens erg nietig.

In het geval van het christelijke gebed zijn de woorden in de naam van Jezus een uitspraak van vertrouwen. Omdat God ons aanziet in zijn Zoon, Jezus Christus, kunnen we in vertrouwen bidden; dankzij Christus is God ook onze Vader


[1] De Koran is verdeeld in 114 surahs, hoofdstukken. Die surahs zijn weer verdeeld in ayahs, verzen. De Fatiha bestaat uit zeven ayahs.
[2] Het aantal moslims dat deze trouw aan de dag legt, is niet erg groot.
[3] Ik ga uit van de versie zoals gegeven door Matteus 6:9-13.
[4] De hadiths zijn de verhalen over de woorden en daden van Mohammed die door zijn volgelingen eerst mondeling zijn doorgegeven, en die rond de tweede eeuw van de Islam in een zestal min of meer normatieve verzamelingen te boek zijn gesteld
[5] Dit is Surah al-Nahl, ayah (vers) 98.
[6] www.muhajabah.com/islamicblog (27 October 2007)

Geen opmerkingen: